Stablecoins worden vaak neergezet als de goedkope, snelle manier om geld de wereld over te sturen. Je hoort het verhaal geregeld: een overboeking via de blockchain kost bijna niks, terwijl een klassieke bankoverschrijving je dagen en flink wat geld kost. Klinkt logisch, toch? De Bank van Italië keek er kritisch naar en komt met een nuchtere kanttekening. De blockchain zelf is inderdaad spotgoedkoop, maar de hele reis van euro naar euro, of van dollar naar dollar, is dat lang niet altijd.
Waar zit dan die verborgen kost?
Je kunt een stablecoin-overboeking het beste zien als een reis met meerdere tussenstops. Het middelste stuk, de rit over de blockchain, is bijna gratis. Maar voor je bij dat stuk komt, moet je eerst gewoon geld omzetten naar de stablecoin. En aan de andere kant moet de ontvanger die stablecoin weer terug wisselen naar zijn eigen valuta.
Juist op die instap- en uitstapmomenten zitten de kosten. Denk aan de marge die een handelsplatform rekent bij het in- en uitwisselen, aan spreads tussen aan- en verkoopkoers, en aan de kosten om je bankrekening te koppelen. Voor de doorsnee gebruiker telt dat allemaal op. De centrale bank keek voor haar onderzoek naar transfers in tien landen en concludeert dat het totaalplaatje daardoor vaak minder rooskleurig is dan de losse blockchain-kosten doen vermoeden.
Waarom een centrale bank hiernaar kijkt
Het is goed om te weten waarom een instituut als de Bank van Italië zich hier druk om maakt. Stablecoins zijn hard gegroeid en worden steeds vaker gebruikt voor grensoverschrijdende betalingen, precies het terrein waar banken en overheden traditioneel de dienst uitmaken. Toezichthouders willen dus weten of de beloftes kloppen: is dit echt goedkoper voor de gewone gebruiker, of profiteren vooral de tussenpartijen?
De boodschap is niet dat stablecoins waardeloos zijn. Het is een oproep om verder te kijken dan het reclamefolder-verhaal. Je kunt de volledige studie teruglezen in de publicatie van de Italiaanse centrale bank, waarin de onderzoekers de verschillende kostenposten uit elkaar trekken.
Wat betekent dit voor jou?
Als je zelf weleens waarde via een stablecoin verstuurt, is de les vooral: kijk naar de totale kosten, niet alleen naar de fee die je op de blockchain betaalt. Die transactiekosten van een paar cent zeggen weinig als je aan beide kanten flink betaalt om in en uit te stappen.
Er zit ook een Europese laag onder dit verhaal. Met de MiCA-regels probeert Europa stablecoins duidelijker in te kaderen, onder meer met eisen aan reserves en transparantie. Naarmate die markt volwassener wordt, kunnen de instap- en uitstapkosten dalen, bijvoorbeeld doordat er meer aanbieders komen en de concurrentie toeneemt. Op dit moment is het nog een gefragmenteerde markt waarin veel afhangt van welk platform je gebruikt en in welke landen je zit.
Wat je hieruit kunt meenemen: de techniek achter stablecoins is echt goedkoop en snel, maar techniek en eindprijs zijn niet hetzelfde. De belofte van bijna-gratis wereldwijd geld verzenden is technisch waar, maar de praktijk hangt af van de randjes eromheen. En juist die randjes bepalen wat je uiteindelijk kwijt bent.




