Coinbase-topman Brian Armstrong houdt vast aan een Bitcoin koers van 400.000 dollar in 2030. In een interview met CNBC noemde hij dat doel nog altijd redelijk en stelde hij dat de bodem van de huidige neergang waarschijnlijk al is bereikt, een jaar nadat de markt begon te dalen.
Bodem bereikt, stelt Armstrong
Volgens Armstrong bevindt Bitcoin zich inmiddels ongeveer een jaar in een neerwaartse fase. Dat is voor hem reden om te denken dat het ergste achter de rug is. Een dergelijke uitspraak van de baas van de grootste Amerikaanse beurs weegt zwaar, al blijft het een inschatting en geen zekerheid. Van een duidelijke trendommekeer is op de markt zelf nog geen sprake.
De redenering leunt deels op de vierjaarcyclus die Bitcoin historisch kenmerkt. De volgende halving, waarbij de beloning voor mijnwerkers halveert en het nieuwe aanbod terugloopt, ligt volgens Armstrong nog ongeveer achttien maanden weg. In eerdere cycli volgde na zo’n schaarste-moment vaak een periode van stijgende koersen, hoewel niets garandeert dat dat patroon zich herhaalt.
Een oud koersdoel dat overeind blijft
Het bedrag van 400.000 dollar is geen nieuwe voorspelling. Armstrong hanteerde dat cijfer al eerder en houdt er ondanks de terugval aan vast. Zijn boodschap in het gesprek bij CNBC is vooral dat de langetermijnlijn intact blijft, ook al schommelt de koers op korte termijn fors.
Zulke koersdoelen van beurstopmannen zijn met een korrel zout te nemen. Coinbase verdient aan handelsvolume en heeft er belang bij dat beleggers optimistisch blijven. Tegelijk baseert Armstrong zich op mechanismen die door meer analisten worden aangehaald: teruglopend aanbod, toenemende institutionele adoptie en de instroom via spot-ETF’s. Wie meer wil weten over hoe zulke prognoses tot stand komen, vindt context bij onze Bitcoin verwachting.
Regelgeving als onzekere factor
Een belangrijke variabele blijft de Amerikaanse wetgeving. De CLARITY Act, die de bevoegdheden rond crypto tussen toezichthouders moet verdelen, is nog niet ondertekend. Op voorspellingsmarkt Myriad wordt de kans dat de wet dit jaar wordt aangenomen op slechts 17 procent geschat. Zolang die duidelijkheid ontbreekt, houden veel grote vermogensbeheerders een slag om de arm.
Dat raakt ook de Europese en Nederlandse belegger. De koers van Bitcoin wordt in dollar gezet, maar de institutionele instroom die Armstrong voorziet komt grotendeels uit de Verenigde Staten. Blijft daar de regelgevende zekerheid uit, dan valt een deel van de aangenomen vraag weg en wordt een sprong naar 400.000 dollar navenant moeilijker te onderbouwen.
Optimisme tegenover voorzichtigheid
Tegenover het optimisme van Armstrong staat de nuchtere realiteit dat de markt na een jaar dalen nog broos is. Eén positieve inschatting maakt nog geen ommekeer, en de weg naar 2030 loopt langs meerdere onzekere factoren: rentebeleid, macro-economische spanningen en het tempo waarin instituten daadwerkelijk instappen. Of de bodem echt is bereikt, valt pas achteraf met zekerheid vast te stellen.




