Stel dat de overheid strengere regels wil voor taxibedrijven. Dan ligt het voor de hand om die bedrijven aan te pakken en niet het asfalt waarover ze rijden. Die vergelijking ligt heel dicht bij wat Jeff Yan nu voorstelt. De oprichter van Hyperliquid vindt dat Amerikaanse toezichthouders zich moeten richten op de partijen die zijn blockchain gebruiken, en niet op het netwerk zelf.
Yan zei dat in een interview met Bloomberg. Het lijkt misschien een juridisch detail, maar het raakt een van de grootste open vragen in crypto: wie is eigenlijk verantwoordelijk als er op een open netwerk gehandeld wordt?
Wat is Hyperliquid eigenlijk?
Hyperliquid is een eigen blockchain die vooral bekend werd door handel in perpetual futures. Dat zijn contracten waarmee je op de koers van een munt kunt speculeren zonder einddatum, vaak met geleend geld erbij. Alles draait on-chain: orders, posities en afrekeningen staan op het netwerk zelf en niet in de database van een bedrijf.
Daarnaast kunnen externe ontwikkelaars er tegenwoordig hun eigen markten en handelsplatforms bovenop bouwen. Je kunt het zien als een winkelcentrum: Hyperliquid levert het gebouw, de stroom en de roltrappen, en andere partijen openen er hun eigen winkels. Wil je meer achtergrond, lees dan wat Hyperliquid is en hoe het werkt.
Waarom Yan de lijn bij de platforms trekt
Precies in dat winkelcentrum-model zit het argument van Yan. De bedrijven die klanten binnenhalen, een website bouwen en producten aanbieden, hebben een directe relatie met de gebruiker. Zij kunnen bijvoorbeeld controleren wie er handelt, waar iemand woont en of een product wel geschikt is. Volgens Yan horen de regels dus daar te liggen.
Het onderliggende netwerk is in zijn ogen meer infrastructuur. Een blockchain kiest geen klanten uit en kan niet aan de balie vragen om een paspoort. Wie het netwerk zelf onder toezicht wil plaatsen, vraagt eigenlijk van een stuk software iets wat alleen een bedrijf kan doen.
Is dit niet gewoon handig voor Hyperliquid zelf?
Het is goed om dat eerlijk te benoemen: dit standpunt komt Hyperliquid natuurlijk goed uit. Als alleen de platforms erbovenop onder toezicht vallen, kan het netwerk vrijer blijven groeien. Critici zullen zeggen dat de grens tussen netwerk en bedrijf in de praktijk vaak vaag is. Wie bepaalt welke markten er komen, wie de code aanpast en wie er aan verdient?
Toezichthouders kijken daarom niet alleen naar het etiket “gedecentraliseerd”, maar ook naar wie er feitelijk aan de knoppen zit. Is er een herkenbaar team dat alles stuurt, dan is het argument dat het om neutrale infrastructuur gaat minder sterk.
Een discussie die ook in Europa speelt
Die vraag is niet alleen Amerikaans. Ook de Europese MiCA-regels, die in Nederland gelden, richten zich vooral op aanbieders van cryptodiensten. Volledig gedecentraliseerde diensten zonder tussenpersoon vallen er grotendeels buiten, maar wat precies “volledig gedecentraliseerd” is, blijft voer voor discussie.
In de Verenigde Staten wordt intussen nog steeds gewerkt aan een bredere wet voor de cryptomarkt, waarin juist dit soort definities een grote rol spelen. Of de lijn uiteindelijk bij de software of bij de bedrijven komt te liggen, bepaalt mede hoe ruim projecten als Hyperliquid straks kunnen opereren voor Amerikaanse gebruikers. Met zijn uitspraken probeert Yan dat debat nu al een kant op te duwen.




