Minister van Financiën Eelco Heinen past zijn box 3-plan aan, zodat kleine spaarders worden ontzien. Hij doet dat na twee dagen brede kritiek tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. De reparatie gaat alleen over de vrijstellingsgrens. Voor bezitters van bitcoin en andere crypto blijft het belangrijkste punt overeind: ze betalen elk jaar belasting over winst die alleen nog op papier bestaat.
Kamer dwingt aanpassing van vrijstelling af
Het plan dat dinsdag 29 september werd gepresenteerd, verlaagt het heffingsvrij vermogen in 2027 naar 30.846 euro per persoon. Vanaf 2028 zou daarnaast een vrijstelling gelden van 1.000 euro rendement per jaar, tegen 1.800 euro in het eerdere ontwerp. Dat moest zo’n 500 miljoen euro per jaar opleveren, maar zou ook circa 850.000 extra mensen belastingplichtig maken. Voor dat plan bleek in de Kamer geen meerderheid te bestaan, ook niet bij de coalitiepartners.
Volgens het verslag van de Tweede Kamer zei Heinen open te staan voor een andere grens, en dat de Kamer hem de opdracht kan geven die op een ander niveau te leggen. Volgens de minister moeten kleine spaarders met tot ongeveer 100.000 euro per stel buiten schot blijven.
Gat in de dekking blijft open
Met de aanpassing ontstaat wel een financieel probleem. De lagere vrijstelling was bedoeld als dekkingsmaatregel. Valt die weg, dan moet het geld ergens anders vandaan komen, zo waarschuwde Heinen. Kamerlid Luc Stultiens wees op tegenstrijdigheden in de manier waarop het plan wordt gefinancierd. Waar het ontbrekende bedrag vandaan moet komen, is nog niet duidelijk.
Twee regimes binnen dezelfde box
Aan de behandeling van crypto verandert de reparatie niets. Aandelenbeleggers krijgen vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting. Dan wordt pas belasting geheven op het moment van verkopen. Rechtstreeks gehouden crypto valt tot zeker 2030 onder de vermogensaanwasbelasting, die elk jaar de waardestijging belast, ook als er niets is verkocht. Een opvallend gevolg is dat een bitcoin-ETN of tracker wel onder het verkoopregime valt. Dezelfde blootstelling aan Bitcoin wordt zo verschillend belast, afhankelijk van de vorm waarin iemand die aanhoudt. Op dat verschil wezen critici van het plan al eerder.
Belasting zonder verkoop, ook bij grote schommelingen
Bij aanwasbelasting wordt een stijging belast, ook als die stijging nooit wordt verzilverd. Zo’n heffing is eigenlijk een jaarlijkse afrekening over de waarde op papier. Bij een volatiel bezit als crypto kan dat een liquiditeitsprobleem geven. Na een sterk jaar volgt een belastingaanslag, terwijl de koers bij de betaling alweer flink lager kan staan. Wie geen ander spaargeld heeft, moet dan munten verkopen om de fiscus te kunnen betalen. In het aanwasstelsel kunnen verliezen in principe worden verrekend met latere winsten. Dat helpt achteraf, maar lost het probleem van de betaling op het moment zelf niet op.
Tot het nieuwe stelsel ingaat, rekent de Belastingdienst in 2026 voor crypto met een forfaitair rendement van 6,00 procent. Dat is een vast veronderstelde opbrengst, dus los van wat een belegger werkelijk heeft verdiend of verloren.
Krappe planning richting Eerste Kamer
Het aangepaste voorstel gaat versneld naar de Raad van State voor advies. Daarna volgen de stemmingen in de Tweede Kamer, en de wet moet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn. Die planning laat weinig ruimte voor grote nieuwe wijzigingen. Dat de aparte behandeling van crypto in deze ronde nog verandert, ligt daarom niet voor de hand. De discussie gaat voorlopig over de grens voor spaarders en over de vraag hoe het gat in de begroting wordt gedicht.




