Een stablecoin uitgeven klinkt als een geldmachine. Mensen leveren dollars in, jij zet die op een veilige plek en je strijkt de rente op. Toch laat Circle, het bedrijf achter USDC, nu zien dat het zo simpel niet is. In de eerste helft van 2026 haalde het ongeveer 1,4 miljard dollar omzet op. Van elke verdiende dollar bleef uiteindelijk maar zo’n 7 cent over als nettowinst.
Hoe verdient een stablecoin eigenlijk geld?
Eerst even de basis. Een stablecoin is een cryptomunt die vast staat aan een gewone munt, in dit geval de Amerikaanse dollar. Tegenover elke USDC staat een dollar in reserve.
Die reserves liggen niet stil. Circle belegt ze grotendeels in kortlopende Amerikaanse staatsobligaties en houdt een deel aan als cash bij banken. De rente die dat oplevert, is de belangrijkste bron van inkomsten. Jij als houder van USDC krijgt die rente niet: die gaat naar de uitgever.
Op papier is dat een prachtig model. Hoe meer USDC er in omloop is, hoe groter de reserves en hoe meer rente er binnenkomt.
Waar blijft al dat geld dan?
Hier wordt het interessant. Een groot deel van de omzet gaat direct de deur weer uit. Circle zegt dat ongeveer 59 procent van de omzet opgaat aan betalingen aan USDC-partners en de kosten die daarbij horen. Daarna moeten ook nog de infrastructuur, het personeel en de naleving van regels betaald worden.
Je kunt het vergelijken met een fabrikant van frisdrank. Het drankje maken is niet zo duur, maar om in elk schap en elke koelkast te liggen, betaal je supermarkten en distributeurs flink. Bij USDC zijn dat de exchanges, wallets en betaalbedrijven die de munt naar gebruikers brengen. Coinbase is daarvan de bekendste, met een deal waarbij het een fors deel van de inkomsten meekrijgt.
Commercieel topman Kash Razzaghi legt in een blog over de economie achter USDC uit dat dit een bewuste keuze is. Het idee: als partners goed verdienen aan USDC, gaan ze de munt actiever aanbieden. Zo groeit het netwerk, en daarmee op termijn ook de rente-inkomsten voor Circle zelf.
Waarom zo’n dunne marge een risico is
Zeven cent per dollar is geen ramp, maar het laat weinig ruimte over. En de belangrijkste knop zit niet in handen van Circle. Die knop is de rente.
Verlaagt de Amerikaanse centrale bank de rente, dan levert dezelfde berg reserves minder op. De afspraken met partners blijven ondertussen gewoon staan. Als de inkomsten krimpen en de afdrachten niet mee bewegen, wordt die dunne winstlaag nog dunner.
Dat verklaart ook waarom Circle zo nadrukkelijk inzet op groei en nieuwe toepassingen, zoals zakelijke betalingen. Meer volume is de enige manier om een lagere rente op te vangen.
Concurrentie om dezelfde dollar
Circle staat er niet alleen voor. Tether is met USDT nog altijd de grootste stablecoin, en steeds meer banken en fintechbedrijven willen een eigen dollartoken. Al die partijen vissen in dezelfde vijver van exchanges en betaalapps.
Dat geeft die distributeurs onderhandelingsmacht. Wie de gebruikers heeft, kan een groter stuk van de koek eisen. Voor Circle betekent dat een lastige balans: genoeg weggeven om partners binnen te houden, en toch genoeg overhouden om winstgevend te blijven.
In Europa speelt nog iets extra’s mee. USDC is hier onder de MiCA-regels toegestaan, terwijl veel concurrenten dat niet zijn. Dat geeft Circle op het continent een voorsprong. Daar staan wel extra kosten voor vergunningen en toezicht tegenover, en die drukken ook weer op de marge.
Wat er de komende maanden op tafel komt, hangt dus vooral af van twee dingen: hoe snel de hoeveelheid USDC in omloop blijft groeien, en hoe ver de rente in de VS nog zakt.




