De rechtbank Rotterdam heeft het Nederlandse cryptoplatform Knaken failliet verklaard. Op verzoek van het Openbaar Ministerie sprak de rechter op 16 juli het faillissement uit van Knaken Cryptohandel B.V. en de bijbehorende bewaarstichting, om redenen van openbaar belang. De aanleiding is ernstig: van de tegoeden die klanten bij het platform hadden gestald, ontbreekt volgens het Openbaar Ministerie ongeveer 7 miljoen euro. Duizenden gebruikers kunnen al weken niet meer bij hun geld of hun crypto, en wisten tot de uitspraak niet dat er een gat in de kas zat. Het is een van de meest ingrijpende ingrepen in de Nederlandse cryptosector tot nu toe.
Het Openbaar Ministerie grijpt in via een zeldzame route
Een faillissement wordt bijna altijd aangevraagd door een schuldeiser die zijn geld niet krijgt, of door het bedrijf zelf. In dit geval koos het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie voor een uitzonderlijke figuur uit de Faillissementswet: het verzoek om redenen van openbaar belang, geregeld in artikel 1, tweede lid. Die route is bedoeld voor situaties waarin het belang van de gedupeerden het gewone schuldeisersbelang overstijgt, bijvoorbeeld bij een groot aantal slachtoffers, vermoedens van verduistering van in bewaring gegeven geld, en een informatieachterstand waardoor de gedupeerden zichzelf niet kunnen redden.
De zaak kwam in beweging nadat de Autoriteit Financiële Markten op 5 juni een memo deelde met de opsporingsdienst FIOD. Daarin stond dat Knaken in Nederland aan een grote groep klanten cryptodiensten aanbood, waaronder het bewaren en beheren van cryptoactiva en het wisselen van munten. Het Openbaar Ministerie startte daarop zowel een strafrechtelijk als een civielrechtelijk onderzoek. Op 29 juni volgde een inval van de FIOD, waarbij digitale gegevensdragers werden veiliggesteld en beslag werd gelegd op vermogen van het bedrijf. Een dag later diende het Openbaar Ministerie het faillissementsverzoek in.
Een dekkingstekort dat niemand sluitend kan verklaren
De cijfers vormen de kern van de zaak. Knaken meldde eerder zelf aan de toezichthouder dat het om ongeveer 14 miljoen euro aan klanttegoeden ging, met een dekkingstekort van 7 miljoen euro. Ter zitting stelde de bestuurder het tekort bij naar een bedrag tussen 5 en 5,5 miljoen euro. Hoe dat gat is ontstaan, blijft onduidelijk. Het bedrijf wijst op een hack in 2020, waarbij 23 bitcoin zouden zijn gestolen. Volgens de toezichthouder verklaart dat hooguit 1,5 tot 2 miljoen euro, nog geen helft van het tekort.
Wat de rechter bovendien zorgen baarde, waren de geldstromen die wel bekend zijn. Knaken verstrekte 2,3 miljoen euro als lening of rekening-courant aan een vennootschap waarvan de eigen bestuurder de uiteindelijk belanghebbende is. Dat wijst op zijn minst op belangenverstrengeling, en betekent dat de bestuurder het tekort deels zelf mede heeft veroorzaakt. Daarnaast gaf het bedrijf in oktober 2023 en juni 2024 certificaten van aandelen uit via een administratiekantoor, goed voor ruim 1,1 miljoen euro aan investeringen. Ook die certificaathouders werden bij de uitgifte niet geïnformeerd over het tekort, en het is onduidelijk wat er met dat geld is gebeurd.
Ook over de schaal van het probleem liepen de lezingen uiteen. Het Openbaar Ministerie ging uit van ongeveer 30.000 klanten, terwijl het bedrijf sprak van 3.661 gebruikers met op dat moment een positief saldo, en van ruim 9.500 actieve klanten over de afgelopen negen jaar samen. Hoe dan ook is de vordering aanzienlijk: op 30 juni hadden die klanten volgens het vonnis samen ruim 8,6 miljoen euro van Knaken te vorderen, een saldo dat door de koersbewegingen op de cryptomarkt van minuut tot minuut kan schommelen. Dat het bedrijf zo weinig grip had op zelfs de eigen kerncijfers, tekent de chaos achter de schermen.
Klanten in het duister gehouden
Het meest verontrustende deel van het vonnis gaat over hoe de klanten zijn behandeld. Knaken blokkeerde de toegang tot het handelsplatform voor alle gebruikers, waardoor niemand nog bij zijn account of tegoeden kon. Tegelijk werden de klanten niet op de hoogte gebracht van het dekkingstekort. Sterker nog, via de website werden zij ontmoedigd om zelf actie te ondernemen, met het advies om af te wachten tot het bedrijf meer informatie zou delen.
Door die informatieachterstand konden de gedupeerden hun eigen rechtspositie niet bepalen en waren zij niet in staat om zelf het faillissement aan te vragen. Precies dat maakte de zaak volgens het Openbaar Ministerie tot een kwestie van openbaar belang: een grote groep mensen die in het duister wordt gehouden over de vraag of hun geld er nog is, terwijl de enige bestuurder zonder enig toezicht aan het roer staat. Een eerdere bestuurder was volgens de stukken zelfs verzocht om geen contact op te nemen met de toezichthouder.
Het verweer van Knaken
Knaken vocht het verzoek aan en betwistte vrijwel elk onderdeel. Van een openbaar belang zou geen sprake zijn, omdat de belangen van de klanten al beschermd werden door de strafrechtelijke maatregelen, het beslag van de FIOD, de custody-structuur en een eigen uitkeringsprotocol. Het bedrijf stelde een eigen afwikkelingsplan te hebben dat beter zou passen bij de situatie dan een faillissement. Ook de omvang werd genuanceerd: niet 30.000 klanten met 14 miljoen euro, maar op dat moment 3.661 actieve klanten met een positief saldo. In de afgelopen negen jaar zou het om ruim 9.500 actieve klanten zijn gegaan.
Verder voerde het bedrijf aan dat het niet was opgehouden te betalen, maar dat een uitkering technisch simpelweg niet uitvoerbaar was zolang de FIOD servers, accounts en digitale toegangsmiddelen onder beslag hield. De blokkade van het platform zou bovendien gedekt zijn door de algemene voorwaarden. Tot slot beriep Knaken zich op de juridische constructie met de bewaarstichting: klanten zouden hun tegoeden alleen bij de stichting kunnen opeisen, en die zou zelfstandig beoordeeld moeten worden en geen eigen schuldeisers hebben.
Waarom de rechter met het Openbaar Ministerie meeging
De rechtbank veegde het verweer van tafel. Er is wel degelijk sprake van een openbaar belang, oordeelde de rechter, gelet op het grote aantal klanten, het omvangrijke tekort, het gebrek aan informatie voor de gedupeerden en de onduidelijkheid over het geld van de certificaathouders. Het door Knaken voorgestelde alternatief, een beperkte eerste uitkering in eigen beheer, schoot tekort, mede omdat de bestuurder ter zitting toegaf dat er na die eerste stap nog geen duidelijk vervolgplan lag. Juist een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak van het tekort en naar mogelijke verhaalsroutes is volgens de rechter noodzakelijk.
Ook aan de tweede voorwaarde, de toestand van te hebben opgehouden te betalen, was voldaan. De klanten hebben vorderingen op Knaken die het bedrijf niet kan voldoen, want er is te weinig vermogen. Het beroep op de algemene voorwaarden om de betalingen op te schorten ging niet op: die voorwaarden zien op een tijdelijke onderbreking, terwijl hier sprake is van een permanente noodzaak tot afwikkeling. En de bewaarstichting bood geen uitweg, want juist door het tekort kan ook zij haar verplichting om de tegoeden in euro’s uit te keren niet nakomen. De rechtbank verklaarde beide entiteiten failliet, benoemde twee rechters-commissarissen en stelde curator mr. C.F.W.A. Hamm uit Rotterdam aan om de boedel af te wikkelen.
MiCAR, toezicht en de les voor de gebruiker
De timing is veelzeggend. Sinds de Europese cryptoverordening MiCAR van kracht is, hebben aanbieders een vergunning nodig om in Nederland cryptodiensten te verlenen. Knaken trok zijn vergunningaanvraag op 29 mei in, kort voordat het onderzoek losbarstte, en verleende volgens de rechtbank sinds 1 juli vorig jaar diensten zonder de vereiste vergunning. Zonder vergunning had de toezichthouder ook geen handvat om zelf een curator of onafhankelijk bestuurder te laten aanstellen, wat het faillissement via het Openbaar Ministerie tot de enige begaanbare weg maakte. Het laat zien dat het nieuwe toezichtstelsel tanden heeft, maar ook dat een platform dat buiten de vergunning opereert lang onder de radar kan blijven.
Voor de gebruiker is er een hardere les. Wie zijn crypto bij een platform stalt, geeft de controle over de sleutels uit handen en vertrouwt erop dat het bedrijf de munten daadwerkelijk aanhoudt. Een juridische bewaarconstructie klinkt geruststellend, maar biedt geen enkele bescherming als de onderliggende tegoeden simpelweg niet meer volledig aanwezig zijn. Het oude adagium dat wie niet zelf de sleutels beheert, ook niet echt de eigenaar van de munten is, krijgt met deze zaak een pijnlijk Nederlands voorbeeld. Voor de 3.661 klanten met een openstaand saldo begint nu een lange afwikkeling, met de vraag of, en hoeveel, zij van hun ingelegde geld terugzien. Tegen de uitspraak staat nog gedurende acht dagen hoger beroep open.
De volledige uitspraak is te lezen op rechtspraak.nl, met een toelichting in het nieuwsbericht van de rechtbank Rotterdam.




