Je kent het misschien van een verbouwing die steeds weer wordt doorgeschoven. Eerst volgend voorjaar, dan na de zomer, en ineens ben je jaren verder. Zo gaat het in Zuid-Korea met de belasting op cryptowinsten. De regering overweegt die nu voor de vierde keer uit te stellen, deze keer tot 2029. Waarom lukt het daar maar niet, en wat heeft Amerika ermee te maken?
Een belasting die steeds opschuift
Zuid-Korea is een van de actiefste cryptomarkten ter wereld. Veel gewone mensen handelen er dagelijks in altcoins via lokale handelsplatformen. Toch betalen ze nog steeds geen aparte belasting over hun winsten op crypto.
Dat had al lang geregeld moeten zijn. De wet ligt er, maar de startdatum werd al drie keer verschoven. Volgens Koreaanse media wordt nu een vierde uitstel besproken, waardoor de heffing pas in 2029 zou ingaan. Op de site van de Koreaanse belastingdienst National Tax Service zie je hoe het land de belasting op virtuele activa heeft ingericht.
Waarom de Verenigde Staten de sleutel in handen hebben
De reden voor de nieuwe twijfel zit niet in Seoul, maar in Washington. Een belastingdienst kan alleen eerlijk heffen als hij weet wat iedereen verdient. Bij Koreaanse handelsplatformen is dat makkelijk: die moeten hun gegevens gewoon delen. Maar wie via een buitenlands platform handelt, blijft grotendeels buiten beeld.
Daar wringt het. De VS gaan volgens de huidige planning pas in 2029 handelsdata over crypto uitwisselen met andere landen. Tot die tijd kan Korea niet goed zien wat zijn inwoners op Amerikaanse platformen doen.
Je kunt het vergelijken met een parkeerwachter die maar in een straat mag controleren. Wie daar parkeert krijgt een bon, wie een straat verder staat komt ermee weg. Dat voelt niet eerlijk, en het zet mensen aan om uit te wijken.
De angst: gebruikers van lokale beurzen draaien voor alles op
Dat is precies waar Koreaanse beleidsmakers bang voor zijn. Als alleen klanten van binnenlandse beurzen worden belast, dragen zij de hele last. Handelaren die naar het buitenland gaan, ontlopen de heffing voorlopig.
Dat is niet alleen oneerlijk voor de gewone belegger. Het kan ook de eigen Koreaanse cryptosector raken. Als handelsvolume wegstroomt naar buitenlandse platformen, verliezen lokale beurzen klanten en heeft de overheid juist minder zicht op wat er gebeurt.
Wat is dat internationale datasysteem eigenlijk?
Achter dit verhaal zit een afspraak van de OESO, de organisatie waarin rijke landen economisch beleid afstemmen. Die bedacht het Crypto-Asset Reporting Framework, kortweg CARF. Simpel gezegd: cryptoplatformen verzamelen gegevens over hun klanten en geven die door aan de belastingdienst, die ze vervolgens uitwisselt met andere landen.
In het overzicht van de OESO zie je welke landen zich aan welke tijdlijn hebben verbonden. Niet iedereen begint tegelijk, en de VS horen bij de latere groep. Voor Korea is dat dus een rem.
Voor Nederlanders is dit systeem minder ver weg dan het lijkt. Binnen de EU geldt inmiddels de DAC8-richtlijn, de Europese uitwerking van dezelfde gedachte. Platformen die hier actief zijn, moeten gegevens over hun gebruikers doorgeven aan de Belastingdienst.
Nog geen definitief besluit
Belangrijk om te weten: het uitstel is nog niet officieel. Het gaat om een optie die op tafel ligt, geen vastgestelde wet. Het parlement moet zich er nog over uitspreken, en in Korea ligt cryptobelasting politiek gevoelig, juist omdat zo veel kiezers zelf beleggen.
Gaat het uitstel door, dan handelen Koreaanse beleggers nog jaren belastingvrij. Dat geeft rust op korte termijn, maar ook onzekerheid over wanneer de rekening alsnog komt. Of 2029 dan echt de laatste datum is, hangt vooral af van Washington: komen de Amerikaanse gegevens op tijd binnen, dan verdwijnt het belangrijkste argument voor nog meer uitstel.



