Grote beursgenoteerde Bitcoin-miners verschuiven hun capaciteit steeds meer naar datacenters voor kunstmatige intelligentie. Daardoor ontstaat ruimte voor een oude belofte: particulieren die meeverdienen aan het delven van nieuwe bitcoin zonder zelf een machine in de schuur te zetten. Of dat rendabel is, blijft twijfelachtig. De kosten zijn hoog en de halvering van 2028 drukt de opbrengst.
Miners zoeken zekerder inkomsten in AI
De verschuiving heeft een duidelijke economische logica. Een Bitcoin-miner beschikt over wat AI-bedrijven het hardst nodig hebben: grote stroomaansluitingen, koeling en terreinen die al vergund zijn. Een huurcontract met een AI-klant levert een voorspelbare kasstroom op. Mining-opbrengsten bewegen daarentegen mee met de koers en met de concurrentie op het netwerk.
Voor beleggers in die bedrijven is dat aantrekkelijk, omdat stabiele inkomsten doorgaans hoger worden gewaardeerd dan volatiele. Voor het Bitcoin-netwerk zelf betekent het dat een deel van de professionele rekenkracht op termijn een andere bestemming kan krijgen.
Minen als dienst voor particulieren
In dat gat springen bedrijven die particulieren toegang bieden tot mining zonder het gedoe van eigen apparatuur. Het model komt grofweg op hetzelfde neer: de klant koopt of huurt rekenkracht, de aanbieder plaatst en onderhoudt de machines in een eigen hal en keert de opbrengst in bitcoin uit, na aftrek van stroom- en beheerkosten.
Dat klinkt eenvoudig, maar het is in feite een investering in een fysiek bedrijfsmiddel dat snel veroudert. Nieuwere generaties machines zijn efficiënter, waardoor oudere apparatuur steeds minder oplevert. Wie instapt, neemt dus niet alleen koersrisico, maar ook technologisch risico.
Kosten en concurrentie bepalen het rendement
De winstgevendheid hangt af van drie factoren: de stroomprijs, de moeilijkheidsgraad van het netwerk en de koers. De moeilijkheidsgraad past zich automatisch aan de totale rekenkracht aan. Komen er meer machines bij, dan krijgt elke deelnemer een kleiner deel van de beloning. Daarbovenop rekenen aanbieders vergoedingen voor hosting en onderhoud, die het nettorendement verder uithollen.
Cloud mining heeft bovendien een beladen verleden. In eerdere cycli bleek een deel van de aanbieders weinig meer dan een piramidespel, met beloofde rendementen die nooit uit echte machines kwamen. Transparantie over locatie, hardware en kostenstructuur is daarom geen detail.
Halvering van 2028 als rem
De grootste structurele tegenwind is de halvering in 2028. Dan wordt de blokbeloning voor miners opnieuw gehalveerd, een vast mechanisme in de code dat de uitgifte van nieuwe munten beperkt. Wie meer wil weten over dat ontwerp, vindt de achtergrond in onze uitleg over wat Bitcoin is. Voor miners betekent het dat dezelfde machine vanaf dat moment ongeveer de helft minder nieuwe bitcoin oplevert, tenzij een hogere koers of hogere transactiekosten dat compenseert.
Precies daarom kiezen de grote spelers voor AI: ze dekken zich in tegen een inkomstenbron die gegarandeerd krimpt. Particulieren die nu instappen, nemen in zekere zin het risico over dat professionele partijen juist afbouwen. Van een uitgemaakte zaak is geen sprake, want een sterk stijgende koers kan de rekensom alsnog positief maken.
Fiscale kant voor Nederlanders
Voor Nederlandse deelnemers speelt ook de fiscale behandeling mee. Bezit aan bitcoin valt voor particulieren doorgaans in box 3, maar bij structurele, bedrijfsmatige mining kan de Belastingdienst de opbrengst als inkomen aanmerken. Omdat de aanbieders hun machines meestal buiten Europa draaien, waar stroom goedkoper is, valt de dienst bovendien niet altijd onder Europees toezicht. Hoe dat zich verhoudt tot de MiCA-regels voor cryptodienstverleners, is voor veel van deze constructies nog niet uitgekristalliseerd.




